GuarantEE EPC seminar

Woensdag 12 april vond de GuarantEE EPC facilitators seminar plaats in de RAI in Amsterdam. De bijeenkomst had als doel om kennis en informatie te delen over de huidige activiteiten van facilitators en een vruchtbaar samenwerkend Europees netwerk te starten voor EPC facilitators. EPC is een afkorting van Energie Prestatie Contract. De seminar was onderdeel van de driedaagse beurs Building Holland en Building Europe.

 

Op de dag zelf kwamen verschillende sprekers aan bod, waaronder onze eigen Ruth Mourik. Selena Roskom opende de dag met een introductie op het onderwerp, waarin zij het belang onderstreepte van EPC facilitators voor het versnellen van de duurzame renovatie van de bestaande bouw in Europa. De sense of urgency was daarmee gezet. Georg Böning van de Berliner Energieagentur gaf een algemene introductie op GuarantEE, het doel ervan en de resultaten die reeds geboekt zijn, zoals een marktrapport en een database. GuarantEE moet zorgen voor innovatieve EPC oplossingen, het ondersteunt pilot projecten en zorgt voor capacity building onder EPC facilitators. Na de BEA was de BAFA (German Federal Office for Economic Affairs and Export Control) aan het woord. Jonas Geissler ging in op de manieren waarop energy contracting verbeterd kan worden. Zo zal de kennis over de markt verbeterd moeten worden en zullen verkeerde aannamen bij de klant moeten worden weggenomen. Facilitators moeten dan ook verschillende kwaliteiten in huis hebben.

 

Ruth Mourik van DuneWorks nam een andere invalshoek in het spreken over facilitators, namelijk die van de klant zelf, de eindgebruiker. Want ondanks dat facilitators zelf aannemen dat zij een goed product in de aanbieding hebben, gaan veel klanten niet met hen in zee. Hoe komt dit? Wellicht moet de klant nog beter geïnformeerd worden? Mourik legde de volgende prikkelende stelling voor: wat als je zelf je klant niet goed genoeg begrijpt en een oplossing aanbiedt voor een niet-bestaand probleem. Mourik zette uiteen dat EPC vooral een middel moet zijn voor de doelen van de klant. Deze kunnen zijn: comfort, gezondheid, welzijn en productiviteit. De klant heeft immers een andere belevenis dan de EPC facilitator en het is de uitdaging om deze te achterhalen. Als ze vraagt wat voor identiteit de facilitators zichzelf toebedelen, legt ze wat conventionele keuze-antwoorden voor. Een enkele facilitator reageert. Wellicht zien ze het aankomen dat Mourik met een alternatieve identiteit zal komen. Dat klopt. Zolang facilitators er niet aan werken om ook een bruggenbouwer, relatie-expert en verhalen verteller te zijn, is er nog een lange weg te gaan.

 

Tot slot onderstreept Van Os van Cotrust het belang van het wegnemen van sociaal-culturele obstakels, daarbij afwijkende van de conventionele visie dat het voornamelijk financiële of organisatorische obstakels zullen zijn die de verduurzaming tegenhouden. Wij van DuneWorks onderstreven deze boodschap. De rollen van facilitators zullen anders moeten, er zal meer aandacht moeten zijn voor de wensen, zorgen en benodigdheden van klanten. Tot slot is een interdisciplinaire aanpak gewenst.

 

Na drie interactieve workshops, ondertekenden de facilitators een Eigen Verklaring aan het eind van de ochtend. Hiermee verklaarden zij kwaliteit te leveren en onafhankelijk te zijn. Uit de seminar en de reacties van de facilitators blijkt dat de boodschap van DuneWorks nog relatief onbekend is. Het is echter cruciaal deze boodschap wijdverbreid te maken om de beweging naar een volledig verduurzaamde bestaande bouw voldoende slagkracht te geven. Zonder het in acht nemen van de problemen en behoeften van de eindgebruiker, de klant en zonder het integreren van de verschillende rollen in de identiteit van de facilitator, blijven de obstakels bestaan die klanten ervan weerhouden gebruik te maken van EPC’s. Zo wordt het nog uitdagender de ambities van Europa binnen de voorgenomen tijd waar te kunnen maken. De interesse van de klant kan gewekt worden door meer begrip van de klant. Deze seminar was echter de startbijeenkomst van een netwerk dat voor meer uitwisseling van kennis en ervaring moet gaan zorgen, zodat de werkwijzen verbeterd kunnen worden en het concept beter uitgerold kan worden.